1776 - Aspecten van vrijheid:

Een kijkje in de keuken van de City of London - Deel-1:

Posted on February 1, 2026   24 minute read ∼ Tagged with  :  •  •  ∼ Filed in  : recht • geschiedenis

: VRACHT:

  1. : WOORRDEN:
  2. : GEBEURTENIS VAN 2-KANTEN:
  3. : 4-DELEN VAN DE NATUUR VAN VRIJHEID, EN DE MEETLAT:
  4. : Bestuur-schaal en mens-schaal:
  5. : Voetnoten:




: WOORDEN:


Wat heeft een vriend met vijand te maken? Of met vrijheid? Het lijkt in onze moderne taal iets zonder enige verhouding.

Zoeken we in de Avesta, geschreven in een taal verbonden aan de Indo-Europese stam, dan komen we twee woorden tegen: frija/ prija. Beide beduiden: geliefd. En dat is de essentie van het woord vriend, ook wel geschreven als Freund (Dui) of Friend (EN).Wanneer we naar de klank luisteren, dan horen fri-jend of freu-jund (Dui: froij-de/ vre-jugde/blijd-schap). De stammen van deze woorden verbinden allen dezelfde klank, namelijk: FRI. Het grappige is, wanneer we een vergelijkend warenonderzoek doen, naar vrijen en frijund, zeggen we vrijwel hetzelfde: de liefde bedrijven.

Zoals we op andere plekken in blogs hebben getoogd, is de stam FRI een kwestie van leven, vrijheid, schepping, bescherming, liefde, vriendschap.

Vanuit het Engels hebben we nog een woord, dat ermee in verband staat: fiend. Dat lijkt op friend, maar is het exact tegenovergestelde. Fi-jend of Feind[fejund], of in het moderne Nederlands: vijand, zijn praktisch het tegenovergestelde. Interessant is dat in het Sanskriet deze zelfde taal ontwikkeling zichtbaar is, de afwezigheid van de “r” klank: pija-ti, dus: geliefd of prija, en: vijand = pija.

Wanneer je iets zegt, met opzet zelfs verkeerd, zoals George Carlin in één van zijn beroemde [beruchte?] stand up sessies in New York zegt:

Ik geloof niets van wat de regering me vertelt… niks, nakkes, nada, en ik neem de media of de pers in dit land niet erg serieus […]. Ik geloof niet echt in mijn land en ik moet jullie zeggen, mensen, dat ik niet emotioneel word van gele linten en Amerikaanse vlaggen. Ik beschouw ze als symbolen en symbolen laat ik over aan de “symbol minded”

“Symbol Minded” klinkt als “simple minded”, iets voor de laag IQ mensen. Zo zou een een zegswijze kunnen ontstaan, die verder gedragen kan worden. Het is een ironsiche, enigszins spottende vorm. Maar, wanneer diverse loten aan 1 taal boom zoals het Sankriet, Duits, Engels, Nederlands, zeker op woorden die zo grondslagbepalend zijn als vriend en vijand, dezelfde klank verandering en betekenis vertonen, dan is dat iets dat aandacht verdient. Juist omdat er ook een andere weg is om tegengestelden aan te duiden.

Het Gotische “Faian” benadrukt: de schuld geven aan. Hoewel in het Engels het woord “fiend” vaak bijvoeglijk wordt gebruikt, wordt de nomen of naam[zelfstandig naamwoord] vaak geschreven als “enemy”, hetgeen feitelijk: in-amy [in-amie] betekent, niet vriend, niet liefhebber, omdat amie: vriend, als stam “amar” heeft: liefhebben. Ook hier zien we dezelfde achtergrond gedachte.

Wat ik hiermee wil aangeven, is dat deze woorden: vriend / vijand diep gevoelde lijfelijke posities zijn, existentieel, d.w.z. van levensbelang. Dat wil dus zeggen: leven, vrijheid, liefde enerzijds, en vijand, dood, jaloezie anderzijds bevinden zich als tegengestelden vlak bij elkaar, slechts gescheiden door 1 klank: de afwezigheid van de “r”-klank of de ontkenning: “in”. We herschrijven hiermee niet een modern woordenboek, maar tonen aan dat taal, voordat dit werd beheerd door academische handboeken van optimalisatie, een praktisch middel is, dat een weergave is van een lijfelijk gevoelde toestand.

Je zou kunnen zeggen, een vriend die de R mist, is een vijand.

Juist omdat leven, vrijheid, vriendschap, liefde, onderwerpen zijn van levensbelang willen we in deze blog één moment in de geschiedenis nog eens aan een onderzoek onderwerpen. We hebben reeds meerdere keren aandacht besteed aan de 1776 Amerikaanse Revolutionaire Oorlog, colloqiaal vaak de “onafhankelijkheidsoorlog” genoemd. Deze oorlog richtte zich voornamelijk op de relatie tussen de 13 - Amerikaanse Koloniën, en het bestuursland: Groot-Brittannië. We hebben in de blog: [lippendienst], aandacht besteed aan de Constitutie. En tevens een vergelijking gemaakt met de Nederlandse Constitutie van 1813 en volgend. Het verschil dat opvalt, maakt duidelijk wat tot vrijheid bijdraagt, en wat bijdraagt tot vijandschap en slavernij, of dienstknechtschap. En soms is dat slechts een dunne scheidslijn, zoals in het geval van woorden: “r” of geen “r”. Dat maakt de vraag: “Heb jij die R ook?” een vraag die ook in een ander licht bezien kan worden dan puur een Gooise Mat”r”as

In die tegenstelling tussen leven en dood, tussen vrijheid en slavernij, mens en systeem, de aanwezigheid ofafwezigheid van 1 klank, is er een punt waar die strijd vlam vat.



: GEBEURTENIS VAN 2-KANTEN:


Op 4 juli 1776 schiepen deze 13 Amerikaanse Koloniën een document dat de “Declaration of Independence” heet. We hebben hier op deze site reeds meerdere malen een citaat opgenomen: “Life, Liberty and the Pursuit of Happiness”, als de basis rechten die een regering te beschermen heeft ten behoeve van elk mens, aangezien deze rechten door de God der natuur des mensen aangeboren zijn, en niet door een regering verstrekt kunnen worden. Een regering is dus een middel, functie of systeem om iets te bereiken: niet orde als hoogste doel, maar exact het tegenovergestelde, het hoogste doel is: het behoud van mensenrechten!

Ook hebben we een bespreking gemaakt van de grieven die in dit document worden besproken, en die vergeleken met de huidige tijd. Voordat het echter tot een uitbarsting kwam in juli van 1776, was er een tijd waarin die grieven werden voorgelegd aan parlement in Groot-Brittannië, en aan de toenmalige koning. Dit bleek, ondanks herhaalde verzoekschriften, demonstraties, remonstratie, pamfletten, gezonden delegaties, besprekingen, en dergelijke, op dove mans oren te landen.

Dat is de ene kant van het verhaal. Maar hoe ziet de andere kant, de Britse kant eruit?

In maart van 1776 zag een boek het daglicht dat voorafgaand aan de uitgave door de “common council in the chamber of the Guild Hall on February 4th 1776” in de City of London, in aanwezigheid van de Lord Mayor, was doorgeakkerd en goed bevonden. Dit boek, geschreven door de eerwaarde Richard Price, mocht rekenen op een beloning van 50 Goud pond, laten we zeggen zo’n 50/4 = 12,25 Troy Ounces of Gold, zo’n 48000 Euro.

Het mocht ook rekenen op de afkeuring van de bestuurselite.

Richard Price schrijft in zijn voorwoord:

Maar ik vind het zorgwekkend dat ze niet worden goedgekeurd door onze gouverneurs en dat ze ervoor kiezen om hun huidige maatregelen niet te betwijfelen […]. [..] deze principes worden bestempeld als ‘onnatuurlijk en wild, onverenigbaar met de praktijk; en het resultaat van de verstoorde verbeelding van een man die bevooroordeeld is door zijn partij en die schrijft om te misleiden’.

Hij merkt op dat hij te zeer de rust lief heeft om zich te verweren tegen:” naamlozen”.

Met andere woorden: deze beschuldigen werden vanuit overheidsbronnen vernomen, maar uiteraard, niet voorzien van naam, toenaam en rang. Neem notie van de noemers waaronder men zijn gedachten had geschaard: Het doet ten zeerste denken aan de stempels die men heden ten dage gebruikt, verfijnd met opschriften als anti-institutioneel extremistisch, extreem rechts, radicaal, enzovoorts.

Het boek heet: “Observations on the nature of liberty, The principles of Government, and the Justice and Policy of the war with america”.



: 4-DELEN VAN DE NATUUR VAN VRIJHEID, EN DE MEETLAT:


De onderstaande weergave is in het bijzonder interessant voor ons, omdat vrijheid in kernbegrippen wordt weergegeven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het de locatie weergeeft waar de vrijheid wordt ervaren.

Price onderscheid 4 delen:

  1. Lijfelijke vrijheid
  2. Morele vrijheid
  3. Religieuze vrijheid
  4. Burgerlijke vrijheid

1. Lijflijke vrijheid:

Price noemt dit zelf-beschikking of spontaniteit, zonder welke er geen bevel/beschikking is over onze eigen daden. Dit verschaft ons de positie dat de daden echt de onze zijn, in plaats van dat de nagestreefde gevolgen of doeleinden de onze lijken door de werking van een lijfsvreemde oorzaak.

Moest die spontaniteit afwezig zijn dan is er sprake van dienstbaarheid, omdat ze het tegengestelde is van vrij-willige beweging, motu propio in mooi Latijn, of vanuit eigener beweging. Van buitenaf wordt ingewerkt op de mens, en die komt dan pas in beweging wanneer die spedifieke werking er is. Dat laatste is slavernij, niet vrijheid.

2. Morele vrijheid:

Volgens Price is dit het vermogen om in alle zaken ons gevoel voor wat recht en krom, goed en kwaad is, te volgen; ons reflecteren en volgen van onze eigen morele principes, zonder gecontroleerd te zijn, of onder bestuur te staan van tegenstrijdige morele principes. Zou deze gewetensvrijheid worden onderdrukt, dan is er sprake van slavernij, niet van vrijheid. Zoals een berucht Advocaat-Generaal het onlangs stelde: eigen-standig zelfstandig verstandige beslissingen nemen.

De passie, of dat waaraan men lijdt, vaak de diepere emoties, smoort de rede; de bruut die de menselijke wil overmand en overwint.

3. Religeuze vrijheid:

Hier komen een aantal bijzondere kenmerken om de hoek, die uiteraard volgen op morele vrijheid: de uitoefening van de macht, zonder molestatie, die modus van religie welke ons best schijnt, of die beslissingen te nemen in overeenstemming met ons geweten, met respect tot religieuze waarheid en de regels van ons gedrag, en niet de beslissingen van anderen te volgen. Zou dat laatste er zijn, dan is er sprake van slavernij. Dit zet de jacht op ketters nogal in een ander daglicht, nietwaar? Niemand verwacht de Inquisitie1.

De menselijke voorschriften i.e. “hogere autoriteiten” in religie die conformiteit, en dus compliance, vereisen [zie blog: systemen en mensen] met specifieke religieuze vereisten en geloofsartikelen (onder de noemer: in harmonie zijn met de volledige geloofsleer, of True Scotsman argument: de echte gelovige, de echte katholiek, de echte moslim, de echte humanist, de echte democraat, en dergelijke), vervangen persoonlijke afweging en beschikking.

Hier zien we de mentale, morele, en spirituele slavernij in volle glorie. Hier hoort ook het beroep op autoriteit bij. We kennen het uit: “Volg de wetenschap!”[“Follow the science”] en de à priori stelling van de Jonge: “Alleen met een vaccin komen we uit de crisis.”

4. Burgerlijke vrijheid:

Vanuit de eerste drie volgt dan het aggregaat, de samenleving, de maatschappij/ de staat, namelijk: om zichzelf te besturen volgens zijn eigen bepalingen, door wetten van eigen makelij, zonder onderworpen te zijn aan de enige vreemde bepalingen, of oplegging van plichten door een buitenlandse mogendheid of wilsbepaling.

Price verwijst dan naar de Mening van de Meerderheid van een Gemeenschap, welke de macht claimt om wetten te maken en te beschikken over de eigendommen van die gemeenschap.

Het punt dat hier nog aangevuld kan worden is het feit dat een meerderheid net zo goed zich volledig kan vergissen, als dat een minderheid dat kan. We herkennen hierin reeds dat er aspecten zijn die zekere rechten onaangeroerd dient te laten, want anders is er niet meer dan de tirannie van wat een meerderheid genoemd wordt. Het geeft ook aan dat gemeenschap een zekere rekbaarheid heeft. Want wat is het? Zijn inmiddels 18 miljoen in Nederland vertoevenden een gemeenschap? Dient die plaatselijk, regionaal, landelijk beschouwd te worden? Of zelfs Europa wijd? Deze twee punten houden we voor nu even als aantekening in reserve want dit komen we vast nog tegen in de relaties binnenin wat Groot-Brittannië heet en de diverse koloniën.

5. De Meetlat:

Wat volgens Price deze 4 locaties waar vrijheid gevoeld en beleefd wordt met elkaar verbindt, en als gemeenschappelijk kenmerk hebben, is dit: Is de wilsverklaring binnenin onszelf ontstaan vrij van externe factoren, of als gevolg van een oorzaak over welke we geen beschikking uitoefenen? Zijn we onder de noodzaak van het altijd volgen van de wilsverklaring van een ander en niet die van onszelf?

Hierin herkennen we al dat “noodzaak” een bijzondere omstandigheid is, en het toevluchtsoord van tirannen, of het nu 1 tiran is, een groepje tirannen, of in een instituut belichaamde tirannen.

Price herhaalt dan een zaak die ook in de Oera Linda Bok wordt genoemd [Zie blog: Van de verloren naar de herwonnen vrijheid]. Frije’s Tex:

Ik kan slechts hem als vrij erkennen die noch slaaf is van een ander of van zijne lusten.

Price schrijft:

Hij wiens perceptie van morele verplichtingen wordt beheerst door zijn passies, heeft zijn morele vrijheid verloren.

Hij die zijn eigen overtuigingen inzake religieuze plichten kan volgen, maar verplicht is door anderen opgelegde geloofsbelijdenissen en daden van verering te praktiseren [….]

zo ook de gemeenschap die aldus wordt bestuurd, en niet door zichzelf, maar door enige wil onafhankelijk van die gemeenschap en waarover het geen beschikking en controle heeft […]

Als slot van de laatste twee geeft hij aan, dat in zulke gevallen men religieuze en burgerlijke vrijheid nastreeft en eist; lees: logisch dat er een Amerikaanse Revolutie uitbreekt!

De vraag is dus: Wat is dan die meetlat zodat we naast goed meten, ook onze handelswijze ermee in overeenstemming kunnen brengen? Is die buiten ons, elders op een locatie in een museum of in een archief? Of is die in ons, en geeft Price ons een raamwerk waardoor we de meetlat zelf kunnen ontdekken en maken?

Deze meetlat onstaat, wanneer het lijf niet meer aan dwang gehoor geeft, het geweten schreeuwt en het gemak links laat liggen, en het eigen oer-deel terug genomen wordt. Het oer-deel des mensen is het vermogen om leven en dood, i.e. de “R” of de ontkenning ervan te onderscheiden, en daardoor te herkennen wie daarin staat — vrij, zelfbeschikkend en levend. Zulk een mens is onhanteerbaar voor een despotische staat.

: Bestuur-schaal en mens-schaal:

Vertegenwoordiging

Met een aldus neergelegde visie ziet Price vrijheid als een zegen en een heiligheid [blessing & sacred]. In het woord heiligheid zit de stam heil: zegen, voorspoed, heel, gunstig, voordeel, ongebroken (integer), onaangetast (niet corrupt), geluk, welzijn, redding, verlossing.

Price stelt derhalve: vooropgesteld dat een regering dus als zodanig vrij genoemd kan worden, vindt deze de oorsprong bij de mens zelf. In elke vrijstaat is de mens zijn eigen wetgever, elke belasting een vrij geschonken gift.

In zijn visie is de veel gehoorde frase: een regering/ natie door wetten, niet door mensen [of variaties daarop] een gedeeltelijke beschrijving van wat vrijheid omvat. Want, zo stelt hij, indien de wetten door 1 man, of door een groepje wordt gemaakt en niet door de algemene goedkeuring/instemming, zulk een bestuur verschilt niet van slavernij. Hij voegt er de volgende afgeleidde bij:

En als een staat zo verzonken is dat de meerderheid van zijn vertegenwoordigers wordt gekozen door een handvol van de gemeenste (a) personen in die staat, wier stemmen altijd worden betaald; en als er ook een hogere wil is waarvan zelfs deze schijnvertegenwoordigers zelf afhankelijk zijn, en die hun stemmen stuurt: in deze omstandigheden zou het misbruik van taal zijn om te zeggen dat de staat vrijheid bezit.

Is dit iets dat herkenbaar is voor ons?

Evenwicht tussen privaat en publiek

Aan de andere kant ziet hij ook noodzaak om het volgende onder ogen te zien. Hij schrijft:

[..]het behoort tot de aard van de overheid om inbreuk te maken op de persoonlijke vrijheid. Zij mag dit nooit doen, behalve wanneer de uitoefening van persoonlijke vrijheid inbreuk maakt op de vrijheden van anderen. Dat wil zeggen: zij beperkt losbandigheid en vrijheid zelf alleen wanneer deze wordt gebruikt om de vrijheid te vernietigen.

In de huidige constellatie in Nederland zien we echter dat de grootste bedreiging komt van de kant van de overheid zelf onder het mom van de bescherming der zwakken, of het gevecht tegen klimaat-verandering en zelfs de haat tegen een staat die 2000 kilometer naar het oosten ligt.

Dan klinkt zijn waarschuwing derhalve ook als eerlijk, waarbij we bedenken dat losbandigheid een moreel vraagstuk is, despotisme een van civiele vrijheid:

Hieruit blijkt dat losbandigheid en despotisme nauwer met elkaar verbonden zijn dan algemeen wordt aangenomen. Ze zijn beide in strijd met vrijheid en het ware doel van bestuur; het enige verschil tussen beide is dat het ene de losbandigheid van grote mannen is en het andere de losbandigheid van kleine mannen; of dat bij het ene de personen en eigendommen van een volk onderworpen zijn aan geweld en invasie door een koning of een wetteloze groep edelen, en bij de andere worden ze blootgesteld aan soortgelijke gewelddadigheden door een wetteloze menigte. Bij het vermijden van een van deze kwaden is de mensheid vaak in het andere vervallen. Maar alle goed opgezette regeringen bieden evenveel bescherming tegen beide. Van de twee is de laatste [losbandigheid van de kleine man] in verschillende opzichten het minst te vrezen en heeft het minste kwaad aangericht.

Men kan met recht zeggen dat, als losbandigheid duizenden heeft vernietigd, despotisme miljoenen heeft vernietigd. Het eerste heeft weinig macht en geen systeem om het te ondersteunen, en vindt noodzakelijkerwijs zijn eigen remedie; en een volk komt al snel uit de tumult en anarchie die daarmee gepaard gaan. Maar een despotisme, dat de vorm van een regering aanneemt en gewapend is met haar macht, is een kwaad dat niet zonder verschrikkelijke strijd kan worden overwonnen. Het gaat van generatie op generatie door, verlaagt de menselijke vermogens, maakt alle verschillen ongedaan en tast de rechten en zegeningen van de samenleving aan. —Hieraan moet worden toegevoegd dat in een staat die door losbandigheid wordt verstoord, een levendigheid heerst die gunstig is voor de menselijke geest en die hem ertoe aanzet zijn krachten te gebruiken. Maar in een staat die aan despotisme gewend is, is alles stil en traag. Een duistere en wrede tirannie verstikt elke poging tot genialiteit en de geest verliest al zijn bezieling en waardigheid.

vraag:

Wanneer we derhalve de 4 karakteristieken van vrijheid in aanmerking nemen, en ons de vraag stellen: Is hier die “R” ook? zien we dan het verschil tussen leven en dood, tussen liefde en liefdeloos, tussen verbondeheid en losbandigheid?

In een volgende blog zullen we die meetlat gebruiken om het huidige beleid, bestuur en macht scherp en keurend te bevragen, van het lokale gemeentehuis tot in de burelen van Brussel en Straatsburg.

Wil je meer weten? Neem dan contact op via: contact (at) veiligenvrij.nl

credits:

  1. Reverend Richard Price: Observations on the nature of liberty, The principles of Government, and the Justice and Policy of the war with america

  2. De afbeelding voor deze blog is ontnomen aan object: D4591_1, zijnde de City of London Golden Freedom Box welke aan Admiral Edward Vernon (1684-1757), overwinnaar van de slag bij Portobello werd aangeboden. De doos is gemaakt door goudsmid: Jasper Cunst, een van de meest verfijnde goud kunstenaars in die stad in the 18e eeuw. National Maritime Museum, Greenwich, London Object: PLT0187 Artist: Jasper Cunst Date: 1740-41

note: de traditie/ ceremonie zelf om een goldbox te zenden aan iemand en zelfs op die wijze te laten intreden in de vrijheden van de stad, is een verhaal op zichzelf.


Voetnoten:

1. Nobody expects the Spanish Inquisition




Share this post




Tags Wolk


Categoriën Wolk




Abonneer je en vang de nieuwtjes direct in je inbox