Veritas Duplex in het licht van het heden

Tijd, waarheid en oordeel

Posted on December 28, 2025   13 minute read ∼ Tagged with  :  •  •  ∼ Filed in  : 

: Vracht:

  1. ~0: VERITAS DUPLEX:
  2. ~1: Het Heden, Nu:
  3. ~2: Het Heden en de Getuige:
  4. ~3: Het Heden en de gevolgen van ankering:
  5. ~4: Resumé:
  6. ~5: Voetnoten:


~0: VERITAS DUPLEX:

Het strafrecht beweegt zich in een spanningsveld tussen tijd en waarheid. Enerzijds heeft het betrekking op feiten uit het verleden; anderzijds is ieder strafrechtelijk oordeel gericht op rechtsgevolgen die zich in de toekomst verwezenlijken. Bijvoorbeeld: een diefstal is een daad in het verleden. Echter, de vervolging en beoordeling van die daad, met alle gevolgen van dien (gevangenisstraf en/of boetes) worden zichtbaar in de loop van de tijd; de toekomst, dus.

Straf vormt geen beschrijving van wat is geweest, maar een juridisch gevolg dat pas ná het oordeel intreedt, daaronder valt dus ook normbevestiging, bescherming van rechtsgoederen en beïnvloeding van toekomstig gedrag. In deze lijnrechte opvolging van tijd (verleden, heden, toekomst) ligt een fundamentele rechtsvraag besloten, en die ziet op de verhouding tussen verleden, heden en toekomst, binnen het oordeel dat recht vormt.

Waarheid bestaat in 2 delen of is tweevoudig. Het ene deel gaat over de feitelijke waarheid, dat wat daadwerkelijk plaatsgevonden heeft. Dat beantwoord de vraag: Wat is er gebeurd, wanneer en hoe. Het andere deel betreft de regels, de normen of standaarden die bepalen wat goed is of niet, maar dan binnenin de context van de gebeurtenis. Dat is de juridische waarheid.

Deze tweevoudige waarheid wordt: Veritas Duplex genoemd, waarbij Veritas waarheid betekent, en duplex: 2 voudig.

Deze waarheden kunnen derhalve niet los van elkaar werken. Zou dat wel gebeuren, dan wordt het recht verminderd in kwaliteit tot een technisch bewijsmechanisme of een beleidsmatig machtsinstrument.

Met andere woorden: Het strafrechtelijk oordeel ontstaat uitsluitend daar waar deze twee waarheden elkaar in het heden raken.



~1: Het Heden, Nu:


Het heden vormt is de plaats waar mensen leven, de plek van de ervaring. Ze is daarom niet neutraal. Filosofisch bezien is het heden het enige tijdsvenster waarin waarheid kan worden vastgesteld. Het verleden is slechts toegankelijk via reconstructie, herinnering en het natrekken van sporen (connecting the dots); de toekomst is slechts “toegankelijk” door speculatie, projectie en verwachting. Immers, de toekomst staat niet vast en gezichtspunten op de toekomst zijn veronderstellingen; het is gissen (best guess).

Het strafrecht verbindt deze tijdgebonden dimensies in één oordeel, waarin vaststelling en normering samenvallen. Het oordeel draagt daarmee de last van feitelijke begrenzing en normatieve werking zonder deze te vermengen, maar wel samen te laten werken.

Wanneer we die samenwerking dan als een eigen ruimte beschouwen, dan krijgt één vraag juridische betekenis: waarvoor? Een strafrechtelijk oordeel dat nalaat uitdrukkelijk vast te stellen welk rechtsgevolg met een daad, of het nalaten van een daad, wordt beoogd onttrekt zich aan normatieve toetsing. Immers, een daad of het nalaten van een daad, kan een ongeluk zijn, zonder oogmerk om schade aan te brengen aan naam, goed, persoon of leven.

Een goed voorbeeld hier is een aanrijding. Meestentijds wordt zoiets niet gedaan met opzet. Het is een ongelukje. Dat verschilt wezenlijk van het doelbewust een voertuig parkeren in de gevel van een gebouw of inrijden op een massa die een kerstmarkt bezoekt.

Een normatieve toetsing betrekt zich op regels, normen, standaarden en rechtsgevoel: wat is in onze cultuur en samenleving correct. Het moge duidelijk zijn dat onze cultuur andere normen en een ander rechtsgevoel heeft ten aanzien van zaken die in andere culturen als schokkend of ongewenst worden ervaren: bijvoorbeeld: homoseksualiteit. In sommige culturen wordt dit afgewezen en veroordeeld, terwijl terzelfder tijd “transgenderisme” wordt omarmd, zolang het verschil man/vrouw maar duidelijk is.

In 1581 was het importeren van het rechtsgevoel en normen vanuit een andere cultuur door het aanstellen van rechters van vreemde herkomst, één van redenen voor de onafhankelijkheidsverklaring (Akte van Verlatinghe; Akte van Afzwering)

Dus, normatieve toetsing betrekt zich dus op regels, normen, rechtsgevoel en standaarden ter plaatse.

Zonder deze vaststelling kan “proportionaliteit” niet worden beoordeeld. Proportionaliteit is een toets dat evenredigheid inhoudt. Met andere woorden, de strafrechtelijke gevolgen dienen in lijn te liggen met de zwaarte van de daad, of het nalaten van een daad. Het is een wezenlijk onderdeel van een stappenplan om het heden zijn juridische inhoud te bewaren.

Tegelijkertijd met de “waarvoor”-vraag, is de “waardoor”-vraag onontbeerlijk. Zonder onderbouwing van oorzaak en gevolg, het causaal verband, ontbreekt de feitelijke legitimatie van het oordeel.

Het beginsel: “Veritas Duplex” vereist derhalve dat beide vragen zowel gelijktijdig als in samenhang worden vastgesteld. Deze samenhang betreft geen abstract beginsel, een soort van wensdenken waar naar believen vanaf geweken kan worden, maar een concrete juridische plicht die aanvangt bij het eerste moment van verdenking of een vermoeden. Vanaf dat moment oefenen toekomstgerichte belangen invloed uit op de selectie en waardering van feiten. Deze dynamiek manifesteert zich reeds in de onderzoeksfase en beperkt zich niet tot het rechterlijk oordeel.

Op het Openbaar Ministerie rust daardoor de verantwoordelijkheid deze temporaliteit expliciet te onderkennen en te begrenzen, teneinde te voorkomen dat het juridische heden wordt verdrongen door een vooraf vastgestelde uitkomst.

Bijvoorbeeld: de ten laste legging is een aantijging dat een schending van een norm inhoudt. Wanneer het gaat om een politiek of beleidsmatig punt te maken, is de samenhang verdwenen, is de waarde van het juridische heden in rook opgelost en vervangen door wensdenken. Het recht is verworden en verminderd in kwaliteit tot een technisch bewijsmechanisme of een beleidsmatig machtsinstrument.

Tot nog toe is een normeringsvraagstuk de revue gepasseerd. In het volgende gedeelte, laten we een figuur de revue passeren met een bijzondere positie, één die niet in het rechtspositivisme wordt gethematiseerd, maar wél als grondslag of uitgangspunt ervan wordt erkent. Immers, zonder leven is er geen recht.



~2: Het Heden en de Getuige:


Binnen dit spanningsveld tussen gewenste uitkomst en het juridische heden verschijnt in een ander licht de figuur van de getuige. In het strafproces wordt de getuige doorgaans benaderd als bron van informatie over het verleden. Deze benadering laat echter een wezenlijk aspect onbesproken. De getuige is niet uitsluitend drager van herinnering, noch kan hij of zij worden gereduceerd tot een louter tijdelijke juridische functie als onderdeel van een proces. Immers, de mens als belijving van recht duidt op het bestaan zelf: het leven waarin recht wordt ervaren en waaraan het zijn werking ontleent. Het zijn van getuige voegt daaraan een rol toe, waarin de mens een positie belichaamt die functioneel, tijdelijk en begrensd is, en waaraan geen identiteit wordt ontleend. De mens, hij of zij, staat in het heden en verklaart vanuit feitelijke waarneming, los van interpretatie of doelgerichtheid. Zodra belichaming losraakt van belijving, ontstaat recht zonder mens — en daarmee onrecht.

In die zin kan voorzichtig worden gesproken van de getuige als getuige van het leven1 in strikt juridische en temporele betekenis. De getuige bevestigt dat een feitelijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden en in het heden kan worden vastgesteld, los van beleidsmatige duiding of normatieve kwalificatie. Deze hoedanigheid ontstaat van rechtswege uit waarneming zelf, en is niet afhankelijk van erkenning door instituties. Zij verankert het strafrecht in het heden en begrenst de neiging tot toekomstgerichte rationalisering.



~3: Het Heden en de gevolgen van ankering:


Deze verankering in het heden raakt aan een dieper liggende, gegevenheid van het bestaan: het leven behoeft geen externe rechtvaardiging om geldigheid te bezitten. Het leven bewijst zichzelf door er te zijn en zich te voltrekken en waargenomen te worden. Bestaan en Gebeuren (ontologie) vallen hierin samen. Deze zelf-evidentie vormt de primaire werkelijkheid waarop iedere juridische ordening noodzakelijkerwijs voortbouwt. Het recht erkent het leven niet door het te verlenen, maar door het te eerbiedigen en te beschermen waar het reeds aanwezig is. Immers, het handelen of juist niet handelen kan invloed hebben op het leven van een ander.

In deze betekenis is soevereiniteit geen toegekende status, maar een voorafgaande conditie van het levende zelf. Vrijheid is evenmin het resultaat van juridische toekenning, maar de ruimte waarin het leven zich zonder externe instrumentalisering kan ontvouwen. De getuige, opgevat als getuige van het leven in het hier-en-nu, staat precies op dit snijvlak. Zijn hoedanigheid berust niet op delegatie of representatie, op de toestemming van anderen, maar op onmiddellijke aanwezigheid binnenin de levende werkelijkheid.

Het strafrecht kan slechts rechtmatig functioneren indien het deze ontologische voorrang respecteert. Waar het recht het leven reduceert tot object van beoordeling, verliest het zijn normatieve legitimatie. Waar het daarentegen het leven erkent als primaire drager van feitelijkheid, behoudt het heden zijn soevereine positie. In die erkenning ligt de begrenzing van macht en de waarborg van vrijheid besloten.

Het recht verdraagt geen meervoudige werkelijkheden waar het feiten betreft. Wanneer vastgestelde feiten worden vervangen door interpretaties, intenties of morele waarderingen, verliest het oordeel zijn grondslag. De temporele volgorde — eerst het feit, vervolgens het recht — is niet zozeer een vormvereiste, maar een noodzakelijke voorwaarde voor rechtszekerheid. Bij omkering van deze volgorde verliest het heden zijn toetsende functie binnen de rechtsorde.

Het vaststellen van positie, hoedanigheid en titel vormt daardoor geen procedureel detail, maar een juridisch anker. Degene die spreekt, dient vast te staan in welke hoedanigheid dit gebeurt, opdat het heden niet wordt ingezet als middel tot toekomstige schuldconstructie. De bescherming tegen zelfincriminatie fungeert in dit verband als bescherming van het heden tegen instrumentalisering.

~4: Resumé:


Veritas Duplex veronderstelt uiteindelijk bescheidenheid van het recht. Waarheid wordt niet voortgebracht door het oordeel, maar voorafgaand daaraan vastgesteld. Het strafrechtelijk heden ontstaat waar feitelijke waarheid en juridische waarheid elkaar raken, gedragen door tijdsbewustzijn en begrensd door causaliteit.

Slechts op dit snijvlak kan het oordeel rechtmatig zijn: niet als sluitstuk van macht, maar als verantwoorde handeling in het hier en nu.

Wil je meer weten? Neem dan contact op via: contact (at) veiligenvrij.nl


Voetnoten:

1. https://www.universityforlife.info/sentient-witness.html
https://www.universityforlife.info/van-dialoog-naar-protocol.html




Share this post




Tags Wolk


Categoriën Wolk




Abonneer je en vang de nieuwtjes direct in je inbox